Ontlastingsonderzoek; de basisscreening darm

Via mijn praktijk is het mogelijk om allerlei aanvullende onderzoeken te doen bij externe laboratoria.  Denk hierbij bijv. aan nutriëntenonderzoek (vitaminen en mineralen), hormoonprofielen, schildklieronderzoek, voedselintolerantietesten, ontlastingsonderzoek enz.

Bij psychische klachten, maag en darmklachten en/of vermoeidheid geeft dit onderzoek snel aan of deze klachten veroorzaakt worden door een verstoorde darmflora (een dysbiose), een verzwakt immuunsysteem, ontstekingen en/of een voedselallergie/intolerantie.

Wanneer is een ontlastingsonderzoek nuttig?

Een ontlastingsonderzoek kan nuttig zijn bij de volgende klachten en/of indicaties:

  • Obstipatie;
  • Afwijkingen in de ontlasting qua structuur, kleur en geur;
  • Opgezette buik en/of buikpijn;
  • Winderigheid;
  • Hormonale problemen;
  • Leverproblemen;
  • Vermoeidheid;
  • Hoofdpijn en/of migraine;
  • Maagproblemen;
  • Allerlei ontstekingen zoals bijv. oorontsteking, keelontsteking, bijholte ontsteking, blaasontsteking enz. Vaak gaat het hierbij om chronische of steeds terugkerende ontstekingen;
  • Poliepen in de bijholtes;
  • Chronische loopneus;
  • Chronische verkoudheid;
  • Vaginale schimmelinfectie (chronisch of steeds terugkerend);
  • Huidproblemen bijv. acné en/of eczeem;
  • Overgewicht/ondergewicht;
  • Emotionele instabiliteit;
  • Allergie;
  • Intoleranties zoals bijv. glutenintolerantie en lactose intolerantie;
  • Prikkelbare Darmsyndroom (PDS).

Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt bepaald welke vervolgonderzoeken nodig zijn en welke behandeling toegepast kan worden om de oorzaak van de klachten te verhelpen. Het is belangrijk om er rekening mee te houden dat het noodzakelijk kan zijn om na de start van de behandeling opnieuw ontlastingsonderzoek te doen als tussentijdse controle en/of eindcontrole/nacontrole.

Ontlastingsonderzoek – Basisscreening darm

De basisscreening darm is een overzicht van belangrijke basiswaarden die meetbaar zijn in de ontlasting. De basisscreening darm (ontlastingsonderzoek) bestaat uit de volgende onderdelen:

pH-waarde

De zuurgraad van de ontlasting dient binnen een bepaalde bandbreedte te liggen.

Consistentie en kleur

De structuur en kleur van de ontlasting geeft informatie over de kwaliteit van de ontlasting. Afwijkende waardes geven bijvoorbeeld aanwijzingen over verteringsproblemen of verdenking op aanwezigheid van parasieten in de darm.

Spijsvertering

De spijsverteringsresten die in de ontlasting worden gevonden (zetmeel, spiervezels en vetzuren) geven inzicht in de effectiviteit van de vertering.

Residente flora

Dit zijn de goede bacteriën. Van vijf belangrijke soorten bacteriën wordt de hoeveelheid bacteriën per gram ontlasting gemeten.

Transiënte flora

De ‘slechte’ darmbacteriën. Als er in de darm overlast is van een of meerdere slechte bacteriën dan wordt door middel van het onderzoek aangegeven hoeveel slechte bacteriën er per gram ontlasting aanwezig zijn.

Mycologische cultuur/mycologie

Eventuele aanwezigheid van gisten (denk aan Candida) en schimmels wordt bepaald.

Dysbiose

Dit getal geeft de mate van disbalans in de darmflora aan.

Secretorisch IgA en Beta-defensin 2

Deze stoffen maken onderdeel uit van de afweerreactie. Door afvalstoffen, parasieten, bacteriën, virussen, slechte voeding, schimmels kan het slijmvlies in de darm beschadigd raken. De hoeveelheid Secretorisch IgA en Beta-defensin 2 geeft informatie over de afweerreactie in de darmen en indirect ook over de belastende factoren in de darm.

Alfa-1-antitrypsine

Dit zegt iets over de aanwezigheid van ontstekingen in de darm. Is deze waarde verhoogd dan ontstaat meestal een hyper permeabele darm.

EPX

Dit is een eiwit dat vooral aanwezig is bij voedingsafhankelijke ontstekingen. Het is dus een indicator voor voedingsallergieën en/of voedingsovergevoeligheid. Bij een verhoogde waarde moet hier verder bloedonderzoek naar gedaan worden.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen via email: info@voedingvaniwaarde.nl